Het krijgen van een diagnose op latere leeftijd.

Het krijgen van een diagnose op latere leeftijd.

Hoe ik terugkijk op mijn jongere jaren.

Ik heb hier nog nooit eerder (zo uitgebreid) over geschreven; het krijgen van een diagnose op latere leeftijd. Maar natuurlijk heeft deze late diagnose wel invloed gehad op mijn leven. Want wat was er gebeurd als ik op jongere leeftijd de diagnose had gehad? Was mijn basisschooltijd dan wel leuk geweest? Was die ene vriendschap dan niet op de klippen gelopen? Het zijn vragen waar ik nooit helemaal een antwoord op zal krijgen. Ongetwijfeld waren er dingen anders verlopen als ik op jongere leeftijd de diagnose zou hebben gehad. Maar dat zou ook mijn, toen nog, toekomst anders eruit hebben gezien. Al met al vind ik dit een lastig onderwerp. Ik ga mijn best doen om op een eerlijke manier te beschrijven hoe mijn leven is geweest zonder diagnose. Wat dit met mij heeft gedaan en hoe ik hier nu op terugkijk. Ik zal dit beschrijven aan de hand van mijn schoolperiodes.

Om met de deur in huis te vallen: ik vond de basisschool echt een rotperiode. Ik heb mij er nooit echt thuis gevoeld. Ik herinner mij dat 2 jaren erg fijn waren doordat de juffen liefdevol naar mij waren en door mijn gedrag heen konden prikken. Ik had twee kanten: de rustige kant en mijn impulsieve, drukkere kant. Onder beide kanten zat een meisje met grote onzekerheid. Ik voelde vaak angst om iets verkeerd te zeggen of te doen. Dit werd in bepaalde jaren versterkt. Zo had ik een leerkracht die ik vanaf dag 1 niet fijn vond. Ik voelde aan dat dit zij mijn ook geen leuk kind vond. Daarnaast had zij geen oog voor kinderen die wat extra aandacht nodig hadden. Zo moest ik een keer in de hoek staan omdat ik mijn vinger had opgestoken. Ze had blijkbaar de instructie gegeven: als je nu je vinger opsteekt, kan je in de hoek staan. Toen ik deze instructie niet had gehoord en ik mijn hand opstak (want ik begreep iets niet), zag ik kinderen gebaren dat ik dat niet moest doen. Doordat ik dit niet kon plaatsen en hier dus ook niet naar kon handelen, werd mijn uitgestoken vinger opgemerkt. 2 tellen later kon ik ‘mijn zonden’ overdenken. Ik kan er nog steeds boos én verdrietig om worden als ik hieraan denk.
Ik weet van mijn moeder dat ik regelmatig opviel in mijn gedrag op school, omdat ik tijdens de les ineens een handstand ging doen. Ook kletste ik veel. Op mijn rapport stond: als praten een vak was, had je er een 10 voor gekregen. Omdat ik als kind duimde (dat werkte echt ontprikkelend voor mij) had ik ook mijn rustige, stille periodes. Vaak tijdens momenten dat er iets werd verteld, een Bijbelverhaal bijvoorbeeld, droomde ik weg.
Ik heb een periode op de basisschool een meisje gepest. Ik word er verdrietig van als ik er aan terug denk. Nu ik ouder ben, begrijp ik wel waarom ik het deed. Ik was onzeker en wilde mij ‘even beter voelen’. Ik dacht niet na over oorzaak- gevolg en toen mijn pestgedrag aan het licht kwam heb ik het ook nooit meer gedaan. Door een gesprek begreep ik pas hoe dat voor dat meisje heb gevoeld. (Ik heb haar jaren later mijn excuses aangeboden, waardoor ik vrij kwam van drukkende schuldgevoelens). Toen ik in groep 7 slachtoffer werd van pestgedrag door een meisje van groep 8 begreep ik pas wat pesten met iemand kan doen. Maar al die tijd heb ik nooit de vrijmoedigheid gehad om voor mijzelf op te komen. De opluchting was dan ook erg groot toen het desbetreffende meisje van school ging.
Groep 8 vond ik wel fijn. Dit kwam mede doordat er een hele fijne stagiaire voor de klas stond. Ik werd door haar meer in mijn kracht gezet en kreeg de hoofdrol in de eindopvoering. Daar heb ik echt van genoten!
Vanuit school werd mij geadviseerd om VMBO kader te gaan doen. (Bizar dat ik nu gewoon HBO heb afgerond mét mooie cijfers). Ik wilde echter heel graag VMBO- GT doen en mijn ouders steunden mij hierin.

De middelbare school vond ik veel fijner. Ik viel niet perse op, maar was ook geen eenling. Ik kreeg een paar leuke vriendinnen. Dit gaf mij al een gevoel van veiligheid. Daarbij was er natuurlijk de afwisseling van de vakken en dus ook de docenten. Hierdoor werd het voor mij minder erg om een les te volgen van een docent die ik wat minder fijn vond. Gewoon omdat het te overzien was. In het eerste leerjaar gooide ik er met mijn pet naar, omdat het soms iets te gezellig was. Toen mijn ouders dreigden om mijn alsnog naar VMBO kader te doen (dan moest ik ook naar een andere school), ging ik harder werken. Ik kon blijven en stroomde door naar het tweede leerjaar. Toen ik in het tweede jaar een vakkenpakket kon kiezen die nog beter bij mij paste, werd school nog leuker. Vakken als wiskunde en economie kwamen te vervallen. Hiervan kreeg ik altijd veel stress, maar dat werd ook weggenomen. Ik rolde uiteindelijk gemakkelijk door de leerjaren heen. Door het clubje met vaste vriendinnen, afwisseling van de vakken en een fijn vakkenpakket, werd school iets wat ik best leuk vond. Thuis kampte ik wel met vermoeidheid. Het voortdurend in prikkels zijn en het fietsen van en naar school (8km) zorgde ervoor dat ik vaak boven mijn huiswerk in slaap viel. Dit was vrijwel vaste prik. Dit werd niet opgemerkt thuis, omdat ik altijd in mijn kamer zat. Voor mij was dit echter zo normaal dat ik dit thuis ook niet heb gedeeld.
Hoewel het op school goed ging, kampte ik toen ook al met problematiek waarvan ik nu weet dat het ADHD is. De overprikkeling, het thuis escaleren om het minste of geringste of vastlopen met huiswerk. Om hulp vragen is iets wat ik niet deed, want dat leverde teveel spanning op. Door negatieve ervaringen, zoals het voorbeeld van de basisschool, durfde ik niet goed aan te geven als ik iets niet begreep. Ik was bang dat mensen mij dom zouden vinden of dat anderen niet wilden helpen. Ik verbaas mij er nog steeds over hoe ik alsnog dingen voor elkaar heb gekregen. Er wordt vaak gezegd dat mensen met ADHD creatief zijn, maar ik vraag mij soms af in hoeverre mensen met ADHD niet zelf creatief worden om hun hoofd boven water te houden.

Na de middelbare school ging ik naar het MBO. Ik had geen idee wat ik moest doen voor opleiding dus ik koos een opleiding die de meeste van mijn vriendinnen ook deden; SPH. Wat heb ik genoten zeg! Dat is een van de beste keuzes ooit geweest, zij het niet helemaal bewust. Haha. Het praktische paste goed bij mij (lang leve ADHD) en ik vond de leerweg gemakkelijk en overzichtelijk. Ik kreeg nieuwe vriendinnen (waarvan ik met 1 nog steeds bevriend ben) en kwam helemaal tot bloei. Ik ging stage lopen op een school voor dove en slechthorende kinderen. Dat was nieuw en het was een proces van jezelf bewijzen. Beide dingen waar ik niet zo goed op ga. De eerste twee weken vond ik ronduit vreselijk. Ik werd op mijzelf aangewezen en voelde mij stik onzeker. Ik overwoog zelfs om te stoppen met mijn stage, zoveel buikpijn had ik iedere ochtend. Toen ik in mijn stage initiatief nam om mee te doen met de kinderen met een verkleedfeestje, kreeg ik lof van mijn stagebegeleider. Hier groeide ik zo van dat ik steeds meer dingen durfde. Uiteindelijk kan ik nu zeggen dat deze stage de grootste omslag is geweest voor mij als persoon. Ik werd uitgedaagd, in mijn kracht gezet en kwam steeds meer uit mijn comfortzone. Het meest belangrijke: ik had iemand die in mij geloofde, die mij prikkelde en waarvan ik fouten mocht maken. Hierdoor durfde ik meer in mijzelf te geloven en kon ik mijzelf af en toe ook best leuk vinden. Uiteindelijk ben ik na mijn stage nog langer op deze school gebleven en heb ik er zelfs een tijd als onderwijsassistente gewerkt. Leuk weetje: ik leerde daar mijn beste vriendin kennen!

Van het een kwam het ander en zo kwam ik terecht op een behandelingsgroep voor dove en slechthorende kinderen. Hier ging ik aan de slag als pedagogisch behandelaar. Later maakte ik de overstap naar het werken met kinderen met een TOS. Bij deze organisatie heb ik ruim 7 jaar gewerkt. In deze jaren gebeurde er op persoonlijk vlak veel. Ik zette een punt achter mijn kerkgang (ik ben christelijk opgevoed), kwam meer los van mijn ouders, ging op mijzelf wonen en begon aan de HBO studie SPH. Eigenlijk kan ik zeggen dat ik vooral op zoek ging naar mijn ‘ik’. Toen ik op mijzelf ging wonen, kreeg ik meer last van mijn (toen nog niet gediagnosticeerde) ADHD. Ik werd meer op mijzelf aangewezen en had geen ouders meer die mij meer direct konden aansturen. Ik voelde wel een groot verantwoordingsgevoel, maar vond het wel lastig om met mijn financiën om te gaan bijvoorbeeld. Ik kocht gerust een dure broek om vervolgens 4 dagen brood met kaas en cup a soup te eten om de boel te compenseren. Doordat de kaders meer wegvielen, ging ik meer grenzen opzoeken. Ik denk dat het enerzijds een verlate pubertijd was, anderzijds vond ik het ook moeilijk om de kaders zelf te bepalen. Toen ik op een punt kwam dat ik mij niet fijn voelde bij mijn manier van leven, ging ik meer nadenken. Hoewel ik geen kerk meer bezocht, had ik mijn geloof nog niet de rug toegekeerd. Ik besloot op zoek te gaan naar een kerkelijke gemeente waar ik mij wel fijn zou voelen. Deze vond ik en ik had een aantal fijne gesprekken met de voorganger. Ik had altijd honderden vragen over allerlei geloof gerelateerde onderwerpen en nu kreeg ik deze vragen beantwoord. Ik voelde mij er zo fijn dat ik mij bij de gemeente wilde voegen. Ik kreeg contact met leeftijdsgenoten en leerde zo mijn huidige partner kennen. Uiteindelijk werd ik door hem aan het denken gezet. Hij merkte op dat bepaald gedrag ‘niet passend’ was en stelde hier doorvragen over. Zo ging het balletje rollen en de rest is geschiedenis. Ik schreef eerder blogs over het traject naar mijn diagnose en hulpverleningsproces. Lees dit vooral als je hier meer over wil lezen (De weg naar de hulpverlening + Mijn hulpverleningsproces).

Toen ik de diagnose kreeg was ik in eerste instantie opgelucht en blij. Het verklaarde zoveel van mijn problemen en nu begreep ik het tenminste. Echter was er ook veel verdriet en vooral veel rouw. Verdriet om het kleine meisje wat zich zo ongelukkig had gevoeld al die jaren, boosheid om leerkrachten die mijn onzekerheid alleen maar hadden vergroot en verdrietig omdat mensen niet door mijn gedrag hadden geprikt. Het rouwproces en mijn gesprekken met de psycholoog hebben er echter voor gezorgd dat ik dit wel heb kunnen loslaten. Natuurlijk voel ik soms verdriet als ik eraan terugdenk, maar het beheerst mijn leven niet (meer). Ik wil ook niet in het verleden blijven hangen, maar kijken naar nu en de toekomst. Ik heb ADHD. Ik ben soms druk en soms dromerig. Ik kan impulsief zijn, intens genieten van dingen, moeite hebben met verbale instructies, creatief denken, kortom: ik ben mezelf!

Mijn ervaringen hebben bijgedragen dat ik meer strijdbaar ben als het gaat om AD(H)D. Hiermee bedoel ik dat ik wil bijdragen aan meer kennis en begrip omtrent deze diagnose. Dat probeer ik door mijn blogs, maar dit probeer ik ook in mijn werk als ambulant hulpverlener.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *